De opening van de Oranje Nassaumijn IV in Heksenberg leidde tot een geweldige toename van de bevolking in deze omgeving. De St. Corneliuskerk te Heerlerheide werd te klein. Daarom stelde de directie van de bruinkoolexploitatie Bergerode een stuk grond aan de Hei-Grindelweg ter beschikking voor de bouw van een kerk en een pastorie. De eerste pastoor, G. Honée, liet in 1932 eerst een school bouwen, omdat hij de opvoeding van de jeugd belangrijker achtte. Een noodkerk werd op de zolder van die school ingericht. De pastoor had nog vier jaar nodig om geld te verzamelen voor de bouw van een kerk. In 1936 startte de bouw naar een ontwerp van architect Alphons Boosten. De kerk werd in 1938 door Mgr. Dr. G. Lemmens ingewijd. Het ontwerp vertoont neoromaanse invloeden. Opvallend is het gebruik van geometrische figuren. De kerk is, vanwege het verhoogd risico op verzakkingen door de mijnindustrie, in drie losse stukken gebouwd. Het priesterkoor, het middenschip en de toren (32 m.) staan onderling los van elkaar. Het schip bezit vier rondbogen, waartussen zich vier glas-in-lood vensters van de hand van Charles Eyck bevinden. Deze ontwierp ook de de terra-cotta kruiswegstaties. De metershoge muurschildering in de absis met als thema de offergedachte is ook van dezelfde schilder. Er waren naast Charles Eyck ook nog andere kunstenaars in de kerk werkzaam: Suzanne Nicolas (het beeld in de Gerarduskapel); Joep Nicolas (de bijzondere preekstoel); René Smeets, V. Sprenkels (het beeld van de Heilige Familie) en Ghislaine Waterschoot van der Gracht (rozetraam achter orgel).