Ziekenzalving
Terwijl hij het voorhoofd en de handen zalft, zegt de priester: Moge onze Heer Jezus Christus door deze heilige zalving en door zijn liefdevolle barmhartigheid u bijstaan met de genade van zijn heilige Geest. Moge Hij u van zonden bevrijden, u heil brengen en verlichting geven. In de zalving en de sacramentele woorden zegt God de zieke bijstand toe. Hij zal de zieke heil brengen." (Geloofsboek, p. 120)
Katholieken geloven dat Jezus de dood heeft overwonnen. Ze vieren het
sacrament van de ziekenzalving om zo mogelijk genezing te krijgen, maar
vooral om de band met Jezus over de grens van de dood heen te bevestigen.
Er wordt dan gesproken van het toedienen van de laatste sacramenten.
Vroeger was het toedienen van het sacrament een aangelegenheid tussen
priester en stervende, tegenwoordig wordt de directe familie, vrienden en
bekenden erbij betrokken, als zij dat willen.
Belangrijk is dat er in de pastorale zorg naar gestreefd wordt de
ziekenzalving zo vroeg mogelijk voor te stellen in het ziekteproces. Vooral
door deze praktijk moet duidelijk gemaakt worden dat de ziekenzalving niet
op de eerste plaats moet gezienworden als voorbereiding op het sterven
maar als een hulp om hoopvol te kunnen leven in de levenscrisis die de zieke
of ouder wordende mens moet doormaken. Ziekenzalving wil geen
paspoort zijn voor de eeuwigheid, maar wel gelovige zingeving bij elke
levensbedreiging.
Een gebaar dat in vele vieringen alleszins zijn symbolische waarde moet
krijgen is de handoplegging. Jezus zelf legde de handen op bij zieken en
Hij schreef de handoplegging voor aan zijn leerlingen en deze hebben dit ook
veel gedaan. De handoplegging is samen met de zalving een gebaar van
intens gebed tot God, dat Hij de zieke nabij zou zijn, dat de Geest hem zou
beschermen en bemoedigen en dat Hij hem zou doen leven. Bij het
sacrament der zieken brandt een kaars als teken van de verrijzenis van
Jezus en is er een kruisbeeld als teken van verbondenheid met Jezus’
lijden.
Deze beide symbolen zijn ook weer te zien bij het rouwbezoek, wanneer
familie en vrienden afscheid komen nemen van de gestorvene, en tijdens de
uitvaartmis.
Aan zieken die het bewustzijn verloren hebben, mag men het sacrament
toedienen als men oordeelt dat de zieke zelf of zijn naaste omgeving erom
zou gevraagd hebben indien hij bewust zou geweest zijn en wanneer dit past
bij zijn levenshouding. Ook de zegening van het lichaam van de stervende
kan hier op zijn plaats zijn.
Als de zieke niet meer beter zal mogen worden en de ziekte uitloopt op het
sterven, dan is in de ogen van de gelovige de dood niet het einde maar een
overgang naar nieuw leven.
|