Uitvaart
De dood is het einde van het aardse bestaan. Dankzij Jezus heeft de christelijke dood een positieve betekenis gekregen. De dood is een binnengaan in het eeuwig leven: 'Dit is de tent van God bij de mensen! Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volk zijn, en Hij, God-met-hen, zal hun God zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen, en de dood zal niet meer bestaan; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn, want al het oude is voorbij.' (Joh. 21, 3-4).
In de liturgie van de dode zijn verschillende momenten te onderkennen:
Het sterfbed. Bij de overledene wordt gebeden, een avondwake gehouden, een psalm gelezen en het lichaam met wijwater besprenkeld. Het lichaam wordt daarna overgebracht naarde kerk.
In de kerk De overledene heeft het gezicht naar het altaar gericht. De liturgie wordt als dienst van het woord gevierd, waarbij het centrale punt het nieuwe leven is. Om pastorale redenen kan worden afgezien van de dienst van de Eucharistie. Als deze wordt gevierd, staat het paasmysterie centraal. Anderszins kan een requiemmis worden opgedragen.
Laatste aanbeveling Een vaarwel tot God. Door de dood is de overledene gescheiden van de nabestaanden, maar met het zicht op een weerzien. De laatste aanbeveling kent een gebed, het lichaam wordt besprenkeld met wijwater en wierook, en slotgezangen.
Graflegging De liturgie eindigt bij het graf. Het lichaam wordt toevertrouwd aan de aarde.
Aan het kerkelijk afscheid van een overledene wordt de grootst mogelijke zorg besteed. In geval van overlijden regelt de uitvaartverzorger alle praktische zaken, zij nemen ook contact op met pastoor Dominic. In overleg met de familie worden dan de nodige afspraken gemaakt en wordt het afscheid voorbereid.
De pastoor is ook bereid een ernstige zieke en mensen in hun laatste levensfase te begeleiden. U kunt hiervoor contact opnemen met pastoor Dominic via het parochiesecretariaat.
|